Waar bent u naar op zoek?

Een volle(re) kerk doet iedereen goed

Wat we leren van Kortjakje

M. van Heijningen
Door: M. van Heijningen
17-02-2026

Het echtpaar De Goede wil graag het complete gezin bij elkaar hebben. Alle kinderen en kleinkinderen zijn uitgenodigd. Echter, slechts een deel van hen komt daadwerkelijk opdagen. De één haakt af vanwege drukte, de ander vanwege een kuchje. Zonder afmelden blijven er stoelen leeg.

Een zoon en schoondochter hebben echt even behoefte aan rust, zo blijkt bij navraag. De recente sportwedstrijden van de kinderen hebben veel van hen gevergd. Zij kiezen ervoor om vandaag thuis bij te komen. Een ander geeft aan net genezen te zijn van een hardnekkige verkoudheid: “Ik wil niet het risico lopen weer besmet te worden.” Enkele kleinkinderen doen het netter en komen even online langs om opa en oma te groeten. Lang leve de techniek, zo zie je je grootouders nog eens. Het scheelt toch weer reistijd. Leuk, maar surrogaat. Het echtpaar is terecht teleurgesteld.

Preekje kijken
Wie vandaag in de gemeenten in het achterland van de Gereformeerde Bond rondkijkt, ontdekt al snel overeenkomsten met de familie De Goede. Met name tijdens de avonddiensten is de kerkgang op veel plekken teruggelopen. De tweede dienst is ingeruild voor een uitje en online ‘preekje kijken’ is allang geen uitzondering meer.

Over deze ontwikkeling kun je zorgen hebben. Afschalen in de dienst aan God is soms een voorstadium van afháken. Omgekeerd geldt bijna altijd: afhaken begint met afschalen. Daarbij rijst de vraag: welk signaal geven we aan de volgende generatie?

Als voorganger sta je voor je gevoel geregeld voor donkere banken en lege rijen stoelen te preken. Je richt je maar op de camera in de hoop dat er thuis nog wat mensen meekijken.

Heel Holland Bakt
En inderdaad, met enige regelmaat kom je ze tegen. “Onze kinderen liggen elke avond zo laat, op zondag leggen we ze vroeg op bed. En ja, na Heel Holland Bakt, Maestro of Boer zoekt vrouw kijken we dan de preek.” Ze verwachten bijna een compliment, want anderen hebben de avonddienst helemaal laten schieten.

Sinds de coronacrisis weten we dat thuis op de bank in badjas met een kop koffie en een tompouce de dienst volgen vele malen aantrekkelijker is dan in de kerkbank ploffen. Een thuiskijker voelt zich inmiddels geen tweederangs gemeentelid meer. Ooit hoorde ik: “Ik kijk elke week de afkondigingen, dan weet ik wie er in het ziekenhuis ligt en ik stuur diegene altijd een kaart.” Een ander biecht op: “Wanneer de preek me niet aanspreekt, schakel ik over naar de andere wijk.”

Mag het een onsje meer?
Zouden we met elkaar eens wat kritischer moeten zijn op deze ontwikkeling? Beseffen en inzien dat we bekering nodig hebben? Mag het, qua kerkgang, een onsje meer? Niet direct vanwege een paar regendruppels of een hoestje online inschakelen? Even wat meer aandacht voor mijn ziel dan voor mijn lijf kan geen kwaad. Vanwege de urgentie. Er staat nogal wat op het spel, toch? Zelden neemt iemand van de ene op de andere dag afscheid van God en kerk, stelde ik al eerder. Meestal wordt dit voorafgegaan door een periode waarin je de kaasschaaf over je geloof hebt gehaald. “Met ietsje minder kerkgang ben ik nog steeds een goede christen.” “Een 5,6 is ook een voldoende”, zegt een jongere een paar weken voordat hij hoort dat hij blijft zitten.

Digitale uitzendingen van kerkdiensten zijn een zegen en verruimen het bereik van de preek, laat dat ook gezegd zijn. Maar wanneer gemeenteleden massaal youtuben in plaats van aanwezig zijn, wordt de onderlinge band minder. “Ik zie nooit iemand uit de kerk”, was een verzuchting van een thuiskijker. Ik sprak hem zowaar op het moment dat hij een lange wandeling maakte en glunderend vertelde over een recente vakantietrip. “Nee, naar de kerk gaan lukt me niet meer.” Ooit reageerde een collega op zo’n moment: “We willen voor u wel een autostoel in de kerk zetten…”

De lofzang verstilt
In de legere kerk verstilt langzaam maar zeker de lofzang. Het klinkt natuurlijk minder mooi met een kleine groep. “Het is immers goed om voor onze God psalmen te zingen, want dat is lieflijk, Hem past een lofzang”, zo leert Psalm 147 me. Door naar de kerk te gaan en mee te doen, geef ik gehoor aan deze opdracht. Door thuis te blijven, werk ik eraan mee dat de lofzang verstilt. En thuis zingen gebeurt zelden, zo hoor ik links en rechts. We luisteren tenslotte alleen de preek.

Onze kerkgang is een openbare belijdenis. Anderen zien me gaan of binnenkomen. Ik ben erbij, niet allereerst om gevoed te worden, maar om God te eren. Door mijn aanwezigheid eer ik Hem en maak ik anderen blij. Een volle(re) kerk doet iedereen goed.

Opblijven
Kinderen gaan tegenwoordig in onze gemeenten veelal in de ochtend naar een nevendienst. Een verschijnsel dat naast positieve gevolgen ook nevenschade heeft. De volgende generatie went op deze manier niet aan het zitten in de dienst en het luisteren naar een preek. Zou er trouwens een verband kunnen zijn met het feit dat we als kerk de jongeren tegenwoordig moeilijker vasthouden? Stel dat je het anders doet: elke avonddienst ga je met (een deel van) je kroost naar de kerk. “Jij mag vanavond opblijven, je mag mee naar de kerk en na afloop nemen we wat lekkers.” Enthousiasme bij de kleintjes ligt voor de hand.

Soms kijk je als mens en als kerk in de spiegel. Voorzichtig gezegd: lijden we anno nu niet massaal aan geestelijke ondervoeding? In veel gezinnen gaat de Bijbel zelden meer open bij de maaltijden. Logisch, die momenten lijken op een duiventil. De één vliegt al uit voor de ander thuis is. Zelfs in jonge gezinnen staat de geloofsopvoeding onder druk. “We komen er eigenlijk niet aan toe.”

Bijeen bij de Ene
Persoonlijke stille tijd is ingeruild voor Eerst Dit tijdens het joggen. Een podcast die prachtig kan werken als extraatje, functioneert dan als vervanging van het persoonlijke Bijbellezen en bidden.

We zijn niet de eersten die dreigen af te drijven. Het Bijbelboek Hebreeën is wat dat betreft een groot alarmsignaal (2:1). Afdrijven gebeurt zonder dat je het doorhebt. Alsof je dobbert op een luchtbed in zee en de stroming vergeet. Besef: de stroom van de secularisatie gaat niet alleen langs me heen. Ertegenin roeien is mijn opdracht. Vaker bijeenkomen (10:25) kan mij en anderen daarbij helpen. Dus wees er op zondag weer live (!) bij. Kom bijeen, bij de Ene, en weet: er wordt naar me uitgekeken.

Verdieping
Vanzelfsprekend kijk je als voorganger nadat je een lege(re) kerk hebt gezien dezelfde avond of de volgende morgen in de spiegel. Hoe komt het toch dat de mensen voor mijn preken hun schoenen niet meer aantrekken? Maak ik me er in de voorbereiding te gemakkelijk van af? Zijn mijn preken te voorspelbaar? Is de avonddienst te vaak een herhaling geworden van de ochtenddienst en is het verdiepingselement verdwenen?

‘Je hebt iets gemist’
Ergens in 2009 leidde ik voor het eerst diensten in een gebied waar trouw in de kerkgang niet echt een vanzelfsprekendheid is. Zo herinner ik me nog de dankdag van dat jaar. Mijn preekvoorbereiding was nachtwerk geworden. Overdag had ik lesgegeven, dus helemaal fris was ik niet. Toen de avonddienst begon, ontdekte ik in de kerk welgeteld zeventien kerkgangers. Thuis de dienst live volgen was toen en daar nog geen optie. Dit was mijn publiek die avond.

Teleurgesteld bedacht ik onder de voorzang dat ik de preek die avond maar niet zou houden. Het was tenslotte dankdag en met dit kleine gezelschap zouden we die avond wat zingen en God danken en dan naar huis. De preek kon ik dan de zondag erna gebruiken in de hoop dat er meer mensen zouden zijn.

Gelukkig schoot me op tijd een wijze uitspraak van collega ds. Sjaak van den Berg te binnen. Hij had me kort daarvoor een tip gegeven in de trant van: “Als je wilt dat er meer mensen naar de kerk komen, is de beste manier om ervoor te zorgen dat de mensen die er zitten enthousiast naar huis gaan. Laat hen maar tegen anderen zeggen: ‘Je hebt echt iets gemist.’”

Taak van de voorganger
Wekelijks is er de verleiding om van de preekvoorbereiding af te schaven. Er zijn telkens weer actuele dingen die aandacht en tijd vragen. Toch is het ‘grote huisbezoek’ – zo werd de kerkdienst eens genoemd – een van de belangrijkste taken van de voorganger. Wekelijks zitten er mensen die door de week leven met de dagtekst die op hun scherm ‘opplopt’. Op zondag mogen wij hen onderdompelen in de betekenis van een Schriftwoord dat wij in de week ervoor hebben overdacht.

Wat een zegen zou het zijn als zowel bij voorganger als bij gemeenteleden de kerkdienst weer hoger op het prioriteitenlijstje zou komen.

Liederen kunnen me helpen: ‘Hoe lief heb ik Uw woning’. ‘Wat hou ik van Uw huis’. Wie dat op zondagmorgen uit volle borst zingt, is er toch in de avond als het even kan weer bij? Ik leerde het al van Kortjakje: wat er ook is, hoe ik me ook voel, op zondag ga ik naar de kerk.

M. van Heijningen
M. van Heijningen